Geobsedeerd. Zo word ik wel eens genoemd de laatste tijd. Door m’n vrouw, aan de toog, tijdens een overleg. Want ik dram inderdaad wel eens door. Over AI. Ik zie overal algoritmes en taalmodellen. En mensen denken daardoor dat ik één of andere zonderling ben die thuis in het donker tegen zijn broodrooster fluistert.

Geobsedeerd, dus. Prima hoor.

Maar beeld je eens in. Je staat op het strand. Zand tussen de tenen. Frigobox binnen handbereik. Je hebt toevallig een verrekijker vast. Omdat je nu eenmaal het type bent dat graag naar de horizon staart.

Je kijkt door die lenzen en je ziet het water. Het is geen rimpeltje waar je kinderen in plonzen. Het is een muur van water. Een stevige stormvloed die de hele badplaats onder water gaat zetten. De zeedijk, de gocarts, het wafelkraam. Alles.

Wat doe je dan?

Zet je een klapstoeltje open? Schrijf je een kartonnen bordje met een alcoholstift en begin je waarschuwingen te verkopen aan vijftig euro per stuk?

Nee. Je brult. Je zwaait met je armen. Je stampt mensen van hun strandlaken af. Je trekt ze overeind en roept: “Kijk naar dat water, idioot.”

Dat is geen obsessie. Dat is elementair overleven.

AI is die vloedgolf. Het is geen speeltje. Het is geen hippe trend die stilletjes weer overwaait, zoals de minidisc of het broekrokje. Het is een mokerslag voor alles wat we dachten te weten over werk, processen en de dagelijkse gang van zaken.

Geloof je het niet? Vorige week liet ik een AI tweehonderd pagina’s Europese wetgeving doorploegen en samenvatten tot een helder actiepunt per artikel. Tijdspanne? Twee minuten. Twee jaar geleden kostte zoiets je een halve week en het humeur van een dure jurist.

En toch. De meesten om me heen liggen momenteel nog vrolijk zonnecrème factor vijftig te smeren en te klagen over een krijsende meeuw.

Ik ben geen profeet op een berg. Ik ben gewoon de passant met de verrekijker. Ik zie wat er op ons afkomt, simpelweg omdat de materie me boeit. Omdat ik toevallig wél inzoom.

Als je dat ziet, kun je niet zwijgen. Je kan die kennis niet in een laadje stoppen of er een belachelijk duur consultancy-ticket op kleven. Je moet de mensen wakkerschudden. Iedereen moet snappen dat deze kracht bestaat. Dat AI nu al ongelooflijk veel kan. En dat die kracht alleen maar groter wordt.

Het water stijgt al. Je voeten worden nu al nat.

Blijf gerust naar je zandkasteel staren. Blijf klagen dat ik een sfeerspons ben, met mijn obsessie.

Maar de vloedgolf komt. En hij vraagt niet om je mening. Hij heeft geen boodschap aan je bezwaren of je schrik om nat te worden.

Je leert heel snel zwemmen. Of je verzuipt.