Stel je even voor. Je loopt op straat en je ziet een kennis in een keurige, marineblauwe trui. Je zegt: “Mooie trui, Sofie.” Sofie glimlacht en zegt: “Dank je, machinaal gemaakt in een fabriek in Bangladesh.”
Spuw je Sofie vervolgens in het gezicht? Scheurt iemand de trui van haar lijf onder het uitstoten van oerkreten over de teloorgang van het ambacht? Roept er iemand schuimbekkend dat we uitsluitend wol wensen die door een artrotisch oud vrouwtje in de Schotse Hooglanden met de hand in elkaar is gezet bij het licht van een walmende olielamp?
Nee. Je denkt: warme trui, en je loopt door naar de bakker voor een brood dat (spoiler alert) ook niet meer met de hand wordt gekneed door een joviale ambachtsman met bloem op zijn neus, maar door een blinkende RVS-arm.
Maar zodra het over tekst gaat, verandert de gemiddelde mens plots in een puriteinse Amish.
Ik heb mezelf onlangs gekloond. Niet fysiek, de wereld is nog niet klaar voor twee versies van mijn ochtendhumeur. Wel digitaal. Mijn AI-kloon schrijft in mijn stijl, maar ik kauw het werk wel voor. Ik geef hem een briefing, mijn opvattingen, de inzichten die ik erin wil hebben. “Hier,” zei ik laatst tegen mijn digitale versie, “maak er een tekst van en zoek er ook wat relevante links bij.”
De AI deed zijn ding. Ik las het na, zag dat de links werkten en klikte op publiceren. Ik was er trouwens gewoon eerlijk over: “Dit komt uit de koker van de computer,” stond erbij. (Het artikel in kwestie is HIER te lezen.)
Wat gebeurde er? Mensen bedankten me. Ze complimenteerden me met de “waardevolle content”. Ze vonden de links die de AI had opgeduikeld, en die ik even diagonaal op relevantie en werking had gecheckt, interessant. Je proefde misschien dat er geen menselijk zweet aan te pas was gekomen. Maar het smaakte naar relevante informatie. En dat was genoeg, omdat ik de laatste stap niet was vergeten: controle.
En toen was er Petra De Sutter. Tegenwoordig rector van de UGent, maar voor velen nog de politica. In haar openingsspeech in september stonden quotes die achteraf door AI verzonnen bleken. Deze week kwam dat uit, en de digitale hooivorken werden bovengehaald.
De verontwaardiging was stuitend. Hoe durfde ze? En vooral: “Zie je wel dat die AI voor geen meter deugt! De machine liegt! Schande!”
Ik vind dat fascinerend. We doen namelijk alsof hallucinaties en fouten iets exclusiefs zijn voor taalmodellen. Alsof mensen van vlees en bloed, vóór de uitvinding van ChatGPT en consorten, uitsluitend de Waarheid™ spraken. Ik herinner me nochtans dat we vroeger ook politici, journalisten en nonkels op familiefeesten hadden die met een stalen gezicht volstrekte onzin verkondigen. Het verschil is dat nonkel Roger zijn foute feiten haalde uit “iets wat hij op café had gehoord” in plaats van uit een serverfarm in Californië.
Begrijp me niet verkeerd: een rector hoort geen onzin te verkopen, punt. Als er quotes worden gebruikt, moeten ze bestaan. Maar is een fout erger als hij door een chip wordt bedacht dan door een oververmoeide speechschrijver met een kater?
Het lijkt erop dat we lijden aan een soort romantisch waanidee over menselijke feilbaarheid. Als een mens een fout maakt, is dat “menselijk”. Als een AI een fout maakt, is het het einde van de beschaving.
Mijn links waren juist. De quote van Petra was fout. Dat is pijnlijk, en ze mag daarop aangesproken worden. Maar laten we niet doen alsof de methode het probleem is. Het gaat, verdorie, om het resultaat. Als de trui warm is, is hij warm. Als de tekst hout snijdt, snijdt hij hout.
De menselijke factor is niet verdwenen, hij is verschoven. Het gaat niet meer puur om het maken, maar om het aansturen. De mens blijft eindverantwoordelijk. Verantwoordelijkheid dus. Of, in goed bedrijfsjargon: accountability. Of er ergens onderweg hulp is gekomen van een machine of een assistent doet er niet toe. Als je naam eronder staat, moet je de schouderklopjes aanvaarden als het goed is, en de kritiek slikken als het fout is.
Maar geef niet de breimachine de schuld als er een gat in je trui zit. Zweet is geen kwaliteitslabel. Controle wel. En een gat blijft een gat.